top of page

Gedichten

Op deze pagina vind je een overzicht terug van de stadsgedichten en andere gedichten geschreven in het kader van projecten of evenementen die georganiseerd werden in Roeselare.

Nieuwe krijtlijnen

In de moestuin van Europa licht een baken op

als zuiver groen gedachtengoed ingebed 

op het fundament van stad en markt

 

De tuinbouw van de toekomst hecht zich

niet langer aan een horizon, zoekt opwaarts groei

bouwt marges in voor ongeschonden biotopen

 

Water strijkt er plooien uit onze oude denkpatronen

vormt de drijvende kracht waaruit nieuwe ideeën

ontkiemen tot de cirkel rond is

 

In microklimaten floreren dicht gezaaide gewassen

op een ritme van eb en vloed dikken ze stilte in

tot hotspot van mogelijkheden

 

Dataverkeer injecteert efficiëntie in groen DNA

Hier is nooit iets verloren, voeden insecten zich

met bevlogen ijver aan reststromen

 

Onder een hemel van glas laten we de armoede

failliet gaan, hongeren we de honger uit

besmetten onszelf met een helder geloof

in nieuwe wortels, laten nauwelijks een afdruk na

(Dit gedicht werd geschreven als ode aan Agrotopia, de unieke onderzoeksfaciliteit op het dak van de REO Veiling en baken voor een landbouw van de toekomst.)

Uitkomst

We slapen tot we het ritme vinden maar het ritme

vinden we nooit. De hartslag houdt ons hoofd wakker.

Maakt geen geluid. Het is wachten tot de volgende ochtend

 

op een rilling van de huid, de verkeerde voet uit bed.

We zijn vergeten hoe de dag feilloos te beginnen.

Hoe onze woorden bij het ontbijt aan elkaar te rijgen.

 

We zwaaien kinderen na, werpen een wal op voor ons huis.

Zetten elkaar binnen met zachte hand gevangen.

 

Geloven rotsvast: hier komen we sterker uit.

(Dit gedicht werd geschreven tijdens de coronacrisis en in aanloop naar de aanstelling tot stadsdichter.)

Het grootste verzet

Voor Freddy Maertens
 

Met de eindmeet in zicht sla je je vleugels uit

hoe om je heen de lucht steeds sneller verschuift

en andere helden gaandeweg jouw rugwind worden

 

terwijl jij op zoek gaat naar het grootste verzet

stellen wij in de laatste meters het beeld scherp:

 

de granieten dijen die zich opspannen en afzetten

de rug die zich over het koppige hoofd heen kromt

de forse lendenrukken die het wiel naar voren gooien

 

het lichaam dat zich finaal rechtzet

met armen wijd open triomfantelijk komt overgevlogen

(In het kader van de vriendschapsband tussen Stad Roeselare en de Noord-Franse gemeente Sercus (Zerkel), schreef de stadsdichter een gedicht ter ere van onze wielerlegende Freddy Maertens. Het kreeg een vaste plaats vlak bij het beginpunt van het fietsknooppuntennetwerk ‘Vallée de Cassel’ en vormt samen met enkele andere gedichten over wielergrootheden de aanzet voor een nieuwe poëzieroute. Het gedicht werd tijdelijk opgehangen bij Museum Koers.)

Roslar

wij vallen samen met de open plek in het bos

tasten het riet af, voelen onder onze voeten 

rivieren en beken samenvloeien, vangen het licht

 

hier rust niet langer moeras, dijen oevers uit naar

een raaklijn, lokken bomen spelende kinderen het land in

groeit water als struikgewas langzaam dicht

 

wij voeden wortels met humus en zwaaien de zwaluwen uit

zij gieren en kwetteren door de lucht, trekken weg van het nest 

en keren terug, weren de bliksem af en brengen geluk

 

van de gerst die we oogsten brouwen we het roodbruine bier

met de zachtzure smaak van de zomer vullen we de kruiken

weken de tongen los, vieren het vat dat ons bindt

 

we broeden op plannen die reuzen baren, handelen in 

uithuizige helden, bezingen een taal die stuitert en danst

beroert en bezweert, we drijven op uitheemse golven

 

verkennen onherbergzame stranden, luisteren naar 

verhalen van buren en vreemden – geen nieuws nodig 

om de nacht in het gezicht van een ander te lezen

 

als een spartelend lam dragen we de storm naar binnen

we spoelen het stof uit de kleren, vlijen ons naast elkaar neer

verzoenen ons met vragen die niemand durfde stellen

 

tellen rustig de wolven die buiten zijn achtergebleven

(In november 2021 vond het eerste internationale poëzietrefmoment in Roeselare plaats. Twintig dichters gingen er aan de slag met het gedicht 'Het land van utopie' van Albrecht Rodenbach. In dit utopisch stadsgedicht brengt de stadsdichter verleden, heden en toekomst #vanrsl samen.)

Weerklank

Hier waait een wind die getuigt van een vervlogen tijd,

wat je aanwijst wordt met mondjesmaat gewist en gaat verloren. 

Het groen wordt langzaam uit de boom geblazen, wat rest 

een kruin waarin geen herinnering nog nest kan maken.

 

Weg is weg, zei vader vroeger, maar keerde onverwachts

op zijn stappen terug, groef een gat in de grond en gaf het licht aan ons.

 

Zo zien wij nu wat er nog over is: het gras dat zich elk jaar

vult met wilde bloemen, de grijze lucht die morgen weer

plaats moet ruimen, het kruis dat niemand voorgoed komt halen, 

 

de verte die meerstemmig ruist, in kinderen zijn weerklank vindt.

(Voor SASK Roeselare maakte Liesbet Deboutte een fotoreeks waarvoor ze zich liet inspireren door het werk van de Japanse fotograaf Masao Yamamoto. De stadsdichter liet zich op zijn beurt inspireren door een foto van Liesbet voor de reeks 'Stadsdichter zkt kunst'.)

Vrij spel

van muren ken je de voegen die niet willen wijken

het wegsterven van uitgebloeide klanken

 

onder het dak groeit het gat waar je 

door moet en kleuren hun vorm krijgen

 

in je hoofd ritselen varens, slingeren

agaves hun bloemstengels de hoogte in

 

ontrollen zich zandlijn en golfslag

woelt onvermoeibaar het water

 

stijgt muziek uit een gloed van 

gedachten op als witte rook

(Gedichtendag stond in 2022 in het teken van natuur en bloesemingen. Dit gedicht werd tjdens Gedichtenweek via ARhus en de verschillende boekhandels in Roeselare verspreid op postkaartjes. Het gedicht werd geschreven bij een riso van illustrator Lobke Rondelez en vormde de aanzet voor het project 'Stadsdichter #VANRSL zkt kunst'.)

Fluctus

rondom woelt de branding, spatten schuimkoppen

uiteen, toch is dit schouwtoneel je vreemd –

 

het water klopt zich op, de golven klimmen

almaar hoger, nemen geen tijd meer om zich uit te strekken

en te gaan liggen, houden de boog gespannen

 

hoe krachtig is de maalstroom

waarin je uren onbeweeglijk stil kan zitten

de wind het zingen laat, de rand zijn afstand tot het middelpunt

 

waarin alles om je heen draait

tot het duister je afgematte ogen binnendringt

en ook jij begint te wervelen

 

opgaat in een schimmenspel dat danst en razendsnel

beweegt onder je oogleden, in luttele seconden vorm geeft

 

aan de diepte van een kolkend gat

(In opdracht van Stad Roeselare maakte Tinus Vermeersch het coronakunstwerk Fluctus. Het kreeg ondertussen een permanente stek aan het Krommebeekbos. Bij de inhuldiging bracht Edward er dit bijhorend gedicht. Het tweede gedicht in de reeks 'Stadsdichter #VANRSL zkt kunst'.)

Kerstgedachte

wat als wij ons laten leiden door lichtverkeer 

in winkelstraten, lage sterren ons de weg wijzen

onder een grijze hemel

 

wat als wij de stal zijn stronest gunnen, het verhaal 

zijn heiligen en dieren, de engelen hun blijde boodschap 

 

wat als wij ons vermaken in een carrousel van praalwagens 

rond de kerktoren, moedwillig in de val trappen

van kitsch en zoetgevooisde stemmen

in ellenlange rijen onze beurt afwachten

 

wat als wij ons verheugen op de gondels 

van het reuzenrad, de open vuurkorven op ons pad

de erehaag van candy canes, het ijspodium op de markt

 

wat als wij ons geen stille nacht toewensen

naar buiten komen om muzak door luidsprekers 

te horen schallen, mee te neuriën met herderszangen 

of Feliz Navidad, te heupwiegen door een menigte van figuranten

 

wij de wedergeboorte van een stad verzinnen

(Tijdens de kerstperiode van 2021 werd Roeselare tot een feeëriek winterwonderland omgetoverd. De stadsdichter trok op winterwandeling door de straten en schreef zijn 'kerstgedachte' uit.)

Begin van utopie

je loopt de tuin in, graaft met blote handen 

een kuil uit als een kom, verwijdert stenen en wortels

alsof hier voedsel moet bewaard voor morgen

 

geen plein of straat achtervolgt je nog

geen vijandig vuur slaat om zich heen

geen kapot geblazen ramen, ingestorte daken

hete lucht die onschuldige longen schroeit 

alleen de zon die zich verveelt op je gezicht 

 

ogen knipperen, halen flarden van herinneringen terug:

de brug die niet langer reikte tot aan de overkant

het kompas waarvan de naald niet meer bewoog

de wind die op het water de verkeerde richting koos

 

het was een gouden regel niemand in het gelaat te kijken

bij elke nieuwe ontmoeting een andere naam te geven

elke dag een belofte die niet kon worden ingelost

 

je vlakte jezelf uit om aan het alziend oog te ontsnappen

doorkruiste verboden steden, wilde kloven, stroken vergeten bos 

en woestenij, je bestemming een braakliggend terrein

stortplaats voor afgedankte reclameborden en tv-toestellen

 

je vond je weg, een flat, zwierf van keuken naar kamer

dobberde in het donker rond op je matras, droomde kustlijn

na kustlijn, keerde terug naar de kade waar alles eindigde en begon

 

zag vader lijdzaam aanrollen op een zee van niks

(Dit is het tweede gedicht dat de stadsdichter schreef naar aanleiding van het internationaal poëziefestival Roes de luxe dat plaatsvond in de herfst van 2021 en in het teken stond van Rodenbach en de utopie.)

Verder dragen

zij dagen het donker uit, scheppen

licht in kamers en gangen, hun stem klinkt

genadig en helder, hun stilte is goud

 

zij kennen geen vaste uren, rennen non-stop

voor het leven van anderen, zoeken met ingehouden

adem de regelmaat van hartslagen in vingertoppen

 

zij zijn het zachte kussen onder je hoofd

de arm onder je oksel, de zalvende en reddende hand

de schouder die draagt, de rug die niet breekt

 

zij spoelen het lichaam schoon, wikkelen het in doeken

zorgen voor vlees aan de ribben, zij verbeelden de gunstige

wind die opsteekt aan het begin van elke nieuwe dag

(Naar aanleiding van de Dag van de Zorg op 15 mei schreef de stadsdichter een ode aan het zorgpersoneel dat elke dag opnieuw voor ons klaarstaat, in zorginstellingen of als zelfstandige.)

Vogelperspectief

hoog in de kooi gaan zitten en daar

de hardste noten kraken, de slijtstok

voor snavel en nagels bewaken

 

wachten op een blad dat zich keert

in het licht van de eerste zon, op de trage vlucht

van een lied dat naar binnen waait

 

wildvreemde klanken met verve ontvouwt

groen lonkt de boomtop die tot klimmen beweegt

de donkere bodem op afstand houdt

 

achter gesloten deuren kleurt grijsblauw de lucht

(Met tentoonstellingen in Wenen en Londen kondigde de zomer van 2022 zich heel veelbelovend aan voor kunstschilder én Cultureel Ambassadeur van Roeselare Kristof Santy. Zijn 'Vogelkooi' inspireerde Edward voor een nieuw gedicht in de reeks 'Stadsdichter #VANRSL zkt kunst')

Fantasia

hoog boven de bomenrij het bodemloze drijven

van wolken, het flitsend oplichten van vogels in de ochtendzon

 

wie in het water kijkt ziet de veelvormige harten van de rivier

weerspiegeld en weet dat hij niet eens weet hoe wonderlijk het is

 

dit zeewaarts keren in zilveren rimpelingen

dit jagen van de wind in beeld, het ontdekken van

 

een hemel die nederig door de aarde stroomt en ruimte aan

de oevers laat, aan de eeuwig jeugdige wandelaar die het niets in staart

 

alles droomt wat zich aarzelend tevoorschijn tovert

alle geluiden traag tot zich laat komen –

 

het geroezemoes van riet, de sterfelijke zang van onbestoven bloemen

het snorkelen van vissen in ademnood, het onrustig ritselende bladerdek

 

van moeraseiken, het wanhopig zuigen van uitgedroogde wortels

diep onder de grond. Uit het grasland weerklinkt het opstandig piepen

 

van loopkevers, zij lijken het vliegen verleerd maar vormen front

tegen het gevaar dat schuilgaat in elke stap die te snel voorwaarts

 

wordt gezet, weigeren weg te rennen en spannen hun rugschilden op

trekken de schaduw van de vernietigende voetafdruk zacht over zich heen

 

(Op 26 maart werd op De Munt het Fantasiamonument van Isidoor Goddeeris onthuld. Een ode aan Rodenbach en aan de jeugdige fantasie, dromen, durf en creativiteit. Ook de stadsdichter liet zich inspireren door zowel gedicht als kunstwerk en bracht op het feest in de Sint-Amandskerk zijn Fantasia. Meteen ook al het vijfde gedicht in de reeks 'Stadsdichter #VANRSL zkt kunst.)

Opening

Op een dag houd je het oog niet langer op jezelf gericht

staat niemand nog in de weg, zetten vingers behoedzaam

het lichaam op een kier.

 

Wat je ziet is wat je niet in de hand hebt. In het licht dat binnenstroomt 

gaat geen schaduw verloren. Bekennen straten schaamteloos kleur. 

Herkent de huid de gloed van je lichaam.

 

In de verte wuiven vogels uit macht der gewoonte.

Ze slijpen hun vleugels aan een veranderlijke wind die nooit loslaat

hen overal en nergens brengt, het onwerkelijke blauw vluchtwegen toekent.

 

Aan de overkant spelen minnaars kat en muis. Ze zitten rug aan rug 

op een bank in de zon, wachten om wie het langst.

 

Alsof dat een verschil maakt.

(Tijdens de voorbije zomer had kunstenares Charlot Winne haar handen vol als medecurator van de grote zomerexpo in het Nationaal Tabaksmuseum in Wervik. Ze geeft verder ook les in animatiefilm aan SASK Roeselare. Haar foto vormde de aanzet voor een zesde gedicht in de reeks 'Stadsdichter #VANRSL zkt kunst'!)

Ochtendritueel

dof het raam waarin jij niet meer verschijnt
het licht dat bij dageraad niet langer met een waanzinnige
snelheid door de hemel reist, maan en man
met een knipoog op de knieën dwingt
 
de jacht is gesloten, het paradijs verloren
een oudere buurvrouw trekt haar vuile klompen aan
sjokt het tuinpad af tot aan het kippenhok, buigt zich
voorover, strooit kruimels in een zaaibeweging uit
 
op harde grond. straks wordt alles weggepikt 
en doorgeslikt, als zorgvuldig gekozen woorden 
die geen kans meer krijgen te ontkiemen in de mond
blijf ik achter, niet in staat mezelf van het toneel te laten verdwijnen
 
elke ochtend, net voor de zon opkomt, wordt aan de rand
van deze veel te grote tuin het leven blootgelegd
de judaskus gegeven, herinnert dit trage voortbewegen
van seizoenen mij aan het vonken van jouw nietsontziende blik

 

(Op 9 sepember werden de Adriaen Willaert Awards uitgereikt in de Augustijnenkapel van het Klein Seminarie. De International Adriaen Willaert Award ging dit jaar naar professioneel tenor Tore Tom Denys. Hij bracht er met zijn ensemble Dionysos Now! de muziek van de zestiende-eeuwse Roeselaarse renaissance-polyfonist én voormalig kapelmeester van de San Marco-basiliek in Venetië opnieuw tot leven. De liedtekst van de villanesca A quand’a quand’haveva inspireerde de stadsdichter tot een nieuw gedicht in de reeks 'Stadsdichter #VANRSL zkt kunst'!)

Samenspel

we hebben de ruimte als spelende kinderen

naar ons toe weten trekken, de hoeken met 

 

ruzies gevuld, doordachte stappen gezet naar het midden

hemel en aarde van ver en dichtbij kunnen dromen

 

we hebben over tegels gehinkeld, onze dans 

van jaren in alle richtingen laten oplichten

 

wij vertrouwden het touw dat ons bond en nooit brak  

onze tred vertraagde, het leven tot kunst maakte

 

wij hebben heup en rib laten samengroeien

het hoofd leren buigen voor elk zacht gesproken 

 

woord dat zich overgaf, lieten stiltes slingeren 

aan de rand van de weg, voeden nog steeds 

 

de geruchten dat wij voortvluchtig zijn

samenspannen tegen een tijdperk van steen

(Op 1 november vond Reveil Roeselare voor de zesde keer plaats op de nieuwe stedelijke begraafplaats. Er werd een warm eerbetoon aan de overledenen gebracht met muziek, poëzie en dans. Een ingetogen moment waarbij troost en verbondenheid centraal staan. De stadsdichter bracht er onder meer dit gedicht.)

Speelveld

niemand spreekt over de aanleg van betongordels 
aan de rand van de stad, de slagschaduw van parkeertorens, het heien 
voor windmolenparken op zee, de aan- en afvoer van containerschepen
 
niemand valt over de woekerende kruinen 
van zendmasten, het groeien van ruimtepuin, de jacht op 
snelle verbindingen, de vlucht naar de andere kant van de wereld
 
wij zijn knechten en meesters, weigeren zorgen uit verre landen 
te importeren, vertrouwen op zoekrobots die uitvoeren op commando
wensen te zien wat we zelf met anderen delen
 
we geloven in het recht op ongedaan maken en herkansen
trekken het spiegelbeeld strak en lachen om inzicht dat altijd
te laat komt, beroepen ons op stilte als vorm van verzet

wat overblijft het krimpende speelveld waarin we ons voortbewegen:
de kneedbare huid van aarde die smelt, de noodlottige weg van [onheilsprofeten, 
de schaarse tijd die wordt uitgespaard op een dreigende wijzerplaat

 

(Op 27 november vond het tweede internationale poëziefestival plaats in de Augustijnenkerk van het Klein Seminarie in Roeselare. Achttien dichters, waaronder de stadsdichter, lieten zich inspireren door het gedicht 'Buigen of bersten' van Guido Gezelle en brachten er een ode aan de weerbaarheid van mens en natuur.) 

Lichtval

op zonnige dagen vinden we de bomen
ze openen schaduwen om in stil te staan
 
wanneer wij op het punt komen om weer verder te gaan
de skyline met onze wijsvinger tekenen, helt de stad
 
zien we hoe elk gebouw zijn eigen grafsteen schildert
in felle kleuren, het licht in glas een begin van 
 
scherven vindt, fijn stof opwaait tot rookgordijn
de zomer verder broedt op een kokende vallei

(Op 27 november vond het tweede internationale poëziefestival plaats in de Augustijnenkerk van het Klein Seminarie in Roeselare. Achttien dichters, waaronder de stadsdichter, lieten zich inspireren door het gedicht 'Buigen of bersten' van Guido Gezelle en brachten er een ode aan de weerbaarheid van mens en natuur.) 

Habitat

ze sterken hun takken tot ze bloeien en vrucht dragen
laten hun stammen omarmen en omsingelen, leven elk jaar verder 
in hun buitenste ringen, vertrouwen op een netwerk van 
schimmeldraden, de zuigkracht van bladeren

staan er, alsof de eeuwen in hun sapstroom oorsprong vinden
zij, kathedralen van hout, groeien mee met hun tijd, terwijl wij 
geen kant meer op kunnen, met droge ogen van de zon wegkijken
meer grond inpalmen om niet aan hoogte in te boeten

’s nachts de huid op hitte voorbereiden, het lichaam afzonderen 
in luchtledige kamers, voor uitgebluste ramen de silhouetten 
van betonblokken tot spookachtige schimmen zien vervagen, 
onszelf afwezig denken, de blik oprichten –

 

in sterrenbeelden de troostprijs van een laffe hemel zien 
 

(Op 27 november vond het tweede internationale poëziefestival plaats in de Augustijnenkerk van het Klein Seminarie in Roeselare. Achttien dichters, waaronder de stadsdichter, lieten zich inspireren door het gedicht 'Buigen of bersten' van Guido Gezelle en brachten er een ode aan de weerbaarheid van mens en natuur.) 

In het land van utopie

I.

In het land van utopie wordt doemdenken 
dagdromen, verdrijven kleuren betongrijs
ontplooit onkruid zich tot ademruimte

zijn vergezichten smaragdgroen, versneden met korengoud
en zilveren linten, is de zon de dagelijkse trage magneet
die we zacht over ons heen zingen

reiken wortels tot diep in de grond
laten bomen de aarde niet los, banen
rivieren zich een weg langs stevige oevers

is elke druppel regen voor de grond een zegen
zorgen struiken, gras en water voor een oase van rust
te midden van zacht zoemende winkelstraten

 

II.


In het land van utopie stijgt de koers van ons aandeel
in de droomfabriek, wordt wijn bij het water gedaan
recht met een knipoog beslecht door pauwen en vlinders

is de boekenkast gevuld en de agenda leeg, zijn we niet langer 
systeemslaven, verknippen we krasloten tot confetti, wordt menig hart 
geraakt door elfenkinderen met sterrenstof beladen

zoekt niemand nog een pantser dat hem past, gooit iedereen 
zijn jurk of pak van smeltend ijs af, zegt het cerebellum wijs: 
’t wordt tijd voor nieuwe heersers onder de hersenpan

 

III.


In het land van utopie is de schooltas gevuld 
met kapok en veren, een kussen om 
lessen van graniet te verzachten

laat elkeen zijn loden zolen thuis
knoopt twee ballonnen aan zijn veters
het gewicht van zijn verbeelding

is elke stoelendans overbodig, kijkt iedereen
in de kring elkaar in de ogen, duurt geen spel te lang
is vrede iets waar niet aan te ontkomen valt

 

IV.

In het land van utopie blijft nooit meer oorlog
niet langer fantasie, schuilt de zwartkijker
in de kelder voor het lichtspel van de dromenvanger

komen we samen en worden we zonnebloemen zo stil
zo onmetelijk dat ieder in het midden staat
voeden we ons met licht dat neer straalt uit de hemel

wordt onze stilte woord, is er altijd iemand die je hoort
blijft enkel nog de glimlach over om het geluk 
dat alleen wij ons kunnen dromen

 

V.


In het land van utopie geven grotten toegang tot volstrekte duisternis
raakt de sterrenhemel helder onze blik, dient elke blinde vlek zich aan 
als venster op de wereld, put ruimte hoop uit leegte

slopen we muren en spreken we elkaars taal, bejubelen we
de tijd waartoe wij niet behoren, de tijd die nog moet komen
voor elk van ons in nood een wens doet in vervulling gaan

omhult een deken van warmte lachende gulle mensen
blijken we immuun voor de elegie van gal en azijn
omarmen we zoektocht en verwaarlozen we bestemming

fonkelen duizenden lampionnen en ruisen rokken
als wervelwinden, vervoegt de daad opnieuw het woord
voeden wij ons met verzen, leest eenieder poëzie

 

(In het najaar van 2021 en in de loop van 2022 werden Roeselarenaars en anderen met een hart voor de stad uitgenodigd om een vervolg te schrijven op de openingswoorden van het gedicht 'Het land van Utopeia' van Albrecht Rodenbach. Tweemaandelijks werd een selectie aan verzen in het straatbeeld onthuld in de vorm van urban art. Op Gedichtendag 2023 kregen de Roeselarenaars, mede dankzij Stad Roeselare en ARhus het gedicht voor het eerst in zijn totaliteit te zien in het Citroenstraatje met een lichtprojectie.)

Bericht voor de toekomst

wie dit leest heeft voorsprong in de tijd genomen

vraagt zich af over welke afstand anderhalve eeuw gelopen wordt

in welke taal zijn geheugen het verst terug reikt

 

hier hijst een man zijn blad als witte vlag omhoog

hij komt in vrede, heeft geen idee of dit gedicht iets

goed moet maken, vooruit mag lopen op onbekende wegen

 

alles is mogelijk en plooit zich naar de verbeelding

zweeft als sterrenstof rond onze opgeheven hoofden

valt met een duizelingwekkende vaart uiteen in materie

 

is aanbouw en afbraak: zij die voor elkaar durven opkomen

zijn zij die elkaar kunnen slopen, de hemel die wij op handen dragen

spiegelt een onderwereld die zich over ons uitstort

 

wij leiden een dubbelleven, zijn gangmakers en oproerkraaiers

schuiven de dag door naar de nacht, laten het licht

over betonnen vloeren grazen, zetten bomen met

 

hun rug tegen de muur, tellen geen graden maar hittedagen

zoeken in asresten naar het wondvocht van verschroeide aarde

nemen onze toevlucht tot energiebanen ver van huis

 

terwijl we met onze wijsvinger over de ruggen van

bestofte boeken strelen, geloven we dat woorden trefzeker

aan terrein winnen, uit de loopgraven zullen klimmen

 

gedichten hun personages als onbekende soldaten zullen eren

de uren van hun duur bevrijden, zullen weten welke lagen

over het landschap werden gelegd, wat de wildgroei aan dromen waard is

 

zodat jullie kunnen zien wat wij nu zien: het skelet dat vorm geeft

en ruimte schept, een oude gevel als getuige van een nieuw tijdperk

het bewaren van herinneringen in holtes als stevig fundament

(Op 6 februari 2023 ging op de werf van het stadhuis van Roeselare een tijdscapsule met een aantal tot de verbeelding sprekende voorwerpen over het leven in Roeselare de grond in. Ook het stadsgedicht 'Bericht voor de toekomst' verdwijnt voor minstens honderd jaar onder het atrium van wat het meest duurzame stadhuis van Vlaanderen wordt.)

Laatste rechte lijn

voorbij deze grens ligt niets
dat onmogelijk is, vleugels lam kan leggen
de klok tikt op het ritme van goden

seconden banen zich een weg in elke beweging
die uitzwaait, zijn eigen afstand overbrugt, een mond
van vuur spert zich open, zoekt zuurstof om te verbranden

geen mens die jouw verschroeide keel kan voelen
zich het eindeloos oefenen in weerbarstige meters
kan inbeelden, de harde winters van je gezicht aflezen

de smalle ruimte stroomlijnt je armen en benen
schaduw sterft rondom in het zog van de zon
jij bent het middelpunt dat opschuift

naar voren, een spoor van licht achterlaat
jij bent de vuist die zich samenbalt, de pijn
in het donker gevangen houdt, dit is het moment

waarop je moet zichtbaar worden, je eigen kleine
geschiedenis schrijven, ontvlammen in het blikveld van vreemden
de borst moet laten toegroeien naar het naderende einde

 

wat daar op je wacht: een hoofd dat de zevende hemel binnenvalt

(Tijdens het jaarlijkse Sportgala zette Stad Roeselare de opmerkelijkste sportprestaties en - persoonlijkheden van het voorbije jaar in de bloemetjes. Blikvanger van de avond was Alexander Doom die niet alleen verkozen werd tot profsporter van het jaar, maar er bovendien in Istanboel niet veel later in slaagde met de Belgian Tornados de Europese titel op de 4x400m binnen te rijven. Stadsdichter Edward Hoornaert droeg het afsluitende gedicht dan ook aan hem op.)

Schaduwbeeld

Ik sliep in jouw naam en droomde 

dat ik vleugels ruilde voor een harnas

 

dat binnensmonds de hel losbrak, elk woord

werd ingesloten. Elk onbezonnen idee wou rennen 

 

voor zijn leven. Ik zag de uitgesleten bedding 

van mijn gezicht, de zandkorrels in mijn ogen

 

voelde vreemde handen smelten om mijn oren.

Staarde me blind op een bodemloze put.

 

Bleef wachten tot jij uit mijn slaap zou ontwaken.

(Elke eerste vrijdag voor het begin van de lente viert men de Internationale dag van de Slaap. Dit jaar viel de dag van de Slaap op vrijdag 17 maart 2023. Stadsdichter Edward Hoornaert schreef in het kader van zijn project 'Stadsdichter zkt kunst' een gedicht bij het werk 'Angst', een houtsnede van Roeselaars kunstliefhebber en galeriehouder Frank Lavens (L'Art Galerie))

Hermetisch zwart

Bij langdurig kijken kruipt ons gezicht
in het glas van een raam dat niets anders doorlaat
dan de vertrouwde lijnen van een huid
 
die langzaam uitdeint, zich toedekt tot landschap
de contouren schetst van wat er op het spel staat:
 
een oog zo donker dat het gezuiverd wordt
een neus in uiterste staat van ontbinding
 
taal die wanhopig een mond zoekt om van te scheiden.

(Het project-atelier van SASK Roeselare voerde in mei 2023 een speciale artistieke operatie uit in Saint-Jans-Cappel en bracht kunst de publieke ruimte binnen. Herbert Vandendriessche en Fabienne Staelens zorgden voor de installatie en vertaling van Edwards gedicht geïnspireerd op werk van Marguerite Yourcenar.)

Optrede

Op het plein naast het station woekeren tegels

netjes tussen de lijnen, alsof ze ons willen tonen

dat er voor elk van ons een podium is weggelegd

 

het groeien laag tegen de grond begint, stappen

een voor een dienen gezet zodat wij niet langer

randfiguren zijn die het middaguur op de bank

uitzitten, het speelveld uit het oog verliezen.

 

Ook toekomst sterft bij gebrek aan licht, hongert

naar wat in schaduw niet meer te stillen is. Zo ver

wij kijken, zien wij het afbladderen van silhouetten

 

het hunkeren van steen naar dansende voeten.

(Het project RSL 20.22 van fotografieclub Knipoogje Roeselare bracht op een erg gevarieerde manier de verstedelijking van de voorbije jaren en inspireerde de stadsdichter.)

Schepping

Alles is door iemand gemaakt: een trui, een brood, een gebouw,

een tafel en een computer, muziek – als kleine meisjes kijken we

vol verwondering naar alles wat op ons pad komt, zich tevoorschijn

tovert als in een grote goochelshow. We laven ons aan de klanken

van het publiek waarvan wij zelf ook deel uitmaken, proeven zoet

en zout in de zetel van indrukken waarin we ons laten vervoeren.

 

Het podium lonkt, we besluiten een nieuw decor te verzinnen,

het groen te laten zegevieren. We planten overal bomen,

laten hen spreken in hun eigen taal en samen kijken we hoe

vogels opvliegen uit ons hoofd, hun weg naar boven zoeken.

Ze schilderen onverwachte vormen in de lucht, met penseelstreken

zo zacht dat iedereen het mogelijk acht dat ze tot leven komen.

(Samen met Nora Lefevere, publiekswinnaar van Junior Stadsdichter 2023, schreef onze stadsdichter Edward een stadsgedicht rond het thema verbinding. Dankzij Bureau Clodette prijkt het gedicht nu op de ramen van ARhus waar het kan gelezen worden tot eind januari..)

bottom of page